PIT- en PRODIS-symbolen: kies de juiste vloer voor jouw project
Een vloer in een kantoor krijgt iets anders te verduren dan een vloer in een school, zorglocatie of horecazaak. De symbolen op de productinformatie helpen je de eigenschappen snel te herkennen. Wij koppelen ze aan jouw ruimte, het gebruik en de eisen van het project.
Wat betekenen PIT en PRODIS?
In Nederland heten de pictogrammen voor vloerbedekking meestal PIT-symbolen. PRODIS staat voor PRODuct Information System, het productinformatiesysteem van GUT. Daarin worden gestandaardiseerde symbolen gebruikt, de FCSS (Floor Covering Standard Symbols).
De termen hangen samen, maar betekenen niet hetzelfde. PIT is de naam die de markt gebruikt, PRODIS is het informatiesysteem en FCSS zijn de pictogrammen zelf. Via de productinformatie, een product-ID of een QR-code vind je vaak meer gegevens.
Een symbool is een handige eerste aanwijzing. De actuele technische fiche van de fabrikant blijft leidend, zeker als er project- of bestekeisen gelden.
Gebruiksklasse: kijk naar de belasting
De gebruiksklasse geeft aan voor welk gebruik een vloer is geclassificeerd. Voor projectruimtes zijn dat de klassen 31 tot en met 34, van licht tot zeer intensief commercieel gebruik.
Welke klasse past, hangt af van de ruimte en de dagelijkse belasting: het aantal gebruikers, looproutes, rolbelasting, onderhoud en de inrichting. Een entree, een vergaderruimte en een behandelkamer vragen niet hetzelfde. Een hogere klasse is ook niet automatisch beter: de vloer moet passen bij comfort, uitstraling, akoestiek en budget.
Gebruiksklassen worden per productsoort en norm soms anders vermeld. Vertrouw daarom niet op een los cijfer of een oud overzicht, en controleer bij klasse 34 altijd de actuele productfiche.
| Klasse | Globale toepassing | Symbool |
|---|---|---|
| 31 | Licht commercieel gebruik | |
| 32 | Normaal commercieel gebruik | |
| 33 | Intensief commercieel gebruik | |
| 34 | Zeer intensief commercieel gebruik |
Eigenschappen die je op productinformatie tegenkomt
Per eigenschap: wat het symbool zegt, en wat je daarnaast nog moet controleren.
-
Bureaustoelen en zwenkwielen
Niet elke vloer is geschikt voor intensief gebruik met bureaustoelen op zwenkwielen. Controleer of de fabrikant deze toepassing vermeldt en onder welke voorwaarden. Ook het type wielen, het gebruik en eventuele bescherming spelen mee. Voor een kantoor waar dagelijks wordt geschoven, is dit een punt om vooraf mee te nemen.
-
Vloerverwarming
Dit symbool betekent dat het product onder bepaalde voorwaarden met vloerverwarming kan worden toegepast. De warmteweerstand van de vloer en de complete vloeropbouw spelen daarbij een rol. Volg de voorschriften van de fabrikant en de installateur: het symbool alleen garandeert niet dat elke combinatie van ondervloer, lijm en verwarmingssysteem geschikt is.
-
Antistatische eigenschappen
Van belang in werkruimtes met gevoelige apparatuur, of waar statische ontlading hinder geeft. Welke prestatie nodig is, hangt af van de toepassing. Bij bijzondere technische eisen controleer je de meetwaarden en productspecificaties.
-
Akoestiek en geluidsdemping
Vloerbedekking kan nagalm in de ruimte verminderen en contactgeluid naar de verdieping eronder beperken. Het effect hangt af van het materiaal, de backing, de ondervloer en de bouw van de ruimte. Is akoestiek een harde eis? Vraag dan naar de gemeten waarde en de testmethode. Een symbool zonder meetwaarde zegt niet hoeveel verschil je in jouw situatie merkt.
-
Lichtechtheid
Lichtechtheid geeft aan hoe goed een vloerbedekking volgens een bepaalde test bestand is tegen verkleuring door licht. Vooral relevant in ruimtes met veel daglicht of direct zonlicht. Lees de score altijd volgens de schaal en testmethode die de fabrikant vermeldt.
-
Brandclassificatie
Een brandclassificatie, zoals Bfl-s1 of Cfl-s1, beschrijft hoe een product reageert op brand volgens een vaste test- en classificatiemethode. De letter staat voor de bijdrage aan brand, s1 of s2 voor de rookontwikkeling. Welke klasse vereist is, hangt af van de toepassing en de projectvoorschriften. Een brandklasse is geen FCSS-pictogram: laat de eis daarom toetsen aan het bestek en de geldende voorschriften.
Comfort, slijtage en overige productinformatie. Productinformatie kan ook gegevens bevatten over comfort, slijtage, onderhoud, lichtreflectie, geschiktheid voor trappen of randbestendigheid. Vergelijk producten op dezelfde eigenschappen en, waar dat telt, op dezelfde testbasis.
Zo vertaal je symbolen naar een vloerkeuze
Gebruik de pictogrammen als startpunt en loop daarna deze vragen langs. Zo kies je geen vloer op één symbool, terwijl de ruimte in de praktijk iets anders vraagt.
-
Wat gebeurt er in de ruimte?
Breng gebruikers, looproutes en piekbelasting in kaart.
-
Welke extra eisen zijn er?
Denk aan zwenkwielen, vloerverwarming, akoestiek, antistatische prestaties, lichtechtheid en brandclassificatie.
-
Wat staat er in de technische fiche?
Controleer de classificatie, meetwaarden, testmethode en toepassingsvoorwaarden.
-
Klopt de hele vloeropbouw?
Ondervloer, lijm, ondergrond en montage hebben invloed op hoe de vloer uiteindelijk presteert.
-
Wat vraagt het project in de praktijk?
Denk aan planning, onderhoud, uitstraling en werk buiten kantoortijd.
Van productinformatie naar een vloer die werkt
We vertalen de eigenschappen op een productfiche naar jouw situatie op locatie, voor kantoren, zorg, onderwijs en horeca. Een adviseur komt gratis langs met stalen en meet de ruimte in. Binnen 48 uur heb je een offerte, met één aanspreekpunt voor advies en uitvoering.
Bronnen en norminformatie
- GUT PRODIS
- GUT: informatie over FCSS-symbolen
- GUT: producttest en productpaspoort
- NEN-EN-ISO 10874, inclusief amendement A1:2020
- Centexbel: classificatie van vloerbedekking volgens EN 1307
De exacte classificatie en prestaties zijn product- en normafhankelijk. De actuele technische fiche van de fabrikant is leidend.

